HET KORTE ANTWOORD
Formuleer een neutrale vraag die je met bevindingen kunt beantwoorden. Benoem onderwerp en periode, vermijd een ingebouwde beschuldiging en leg vast wat buiten de opdracht valt.
Een opdrachtgever komt vaak met een overtuiging: iemand fraudeert, een verklaring klopt niet of er verdwijnen spullen. Je eerste taak is om dat vermoeden om te zetten in een vraag waarvan het antwoord nog openligt.
Maak de vraag onderzoekbaar
“Er klopt iets niet” is een aanleiding, maar nog geen onderzoeksvraag. Vraag wat er is waargenomen, wanneer dat gebeurde en welke informatie ontbreekt. Formuleer vervolgens een vraag die je met bevindingen kunt beantwoorden.
Leg de grenzen vast
Noteer de periode, het onderwerp en wat buiten de opdracht valt. Spreek af wat je oplevert en wanneer je voortgang bespreekt. Houd feiten, aannames en mogelijke verklaringen van elkaar gescheiden.
VAN LEZEN NAAR DOEN
Dit kun je nu oppakken
- Formuleer één centrale onderzoeksvraag.
- Benoem wat je nog niet weet.
- Toets of een andere verklaring ook mogelijk is.
NOG EEN VRAAG?
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen aanleiding en onderzoeksvraag?
De aanleiding vertelt waarom een onderzoek wordt overwogen. De onderzoeksvraag maakt concreet wat je wilt vaststellen. Een onverklaarbaar verschil is een aanleiding; de oorzaak ervan in een afgebakende periode kan de vraag zijn.
Mag de vraag tijdens het onderzoek veranderen?
Nieuwe informatie kan aanleiding zijn om bij te sturen. Leg dan vast waarom de vraag verandert en bespreek de aangepaste opdracht en grenzen voordat je verdergaat.